Voor arbeidsmigranten zijn naar schatting 24.000 extra woningen nodig als de voorgestelde Roemer-norm wordt ingevoerd. Dat concludeert het Economisch Instituut voor de Bouw (EIB) in een landelijke quickscan uit augustus 2026. De norm verlangt onder meer een eigen slaapkamer van minimaal 5,5 m² en minimaal 15 m² leefruimte per persoon.
Hoe komt het EIB op 24.000 woningen?
Het EIB richt zich op circa 447.000 arbeidsmigranten die korter dan drie jaar in Nederland verblijven. Naar schatting voldoet de huisvesting van ruim 130.000 mensen binnen deze groep niet aan de norm. Om iedereen een eigen slaapkamer te geven zijn ongeveer 72.000 extra kamers nodig. Bij gemiddeld drie bewoners per woning komt dat neer op circa 24.000 woningen.
Die opgave staat los van de jaarlijkse groei. Het EIB rekent daarnaast met een trendmatige uitbreiding van ongeveer 6.500 huisvestingsplekken per jaar. De cijfers zijn ramingen en hangen af van de uiteindelijke wetgeving en de ontwikkeling van arbeidsmigratie.
Waarom is de bestaande voorraad volgens het EIB niet genoeg?
Reguliere woningen zijn maar beperkt beschikbaar voor deze doelgroep. Huurregulering, opkoopbescherming en lokale regels voor groepsbewoning beperken het aanbod. Het instituut ziet daarom vooral kansen in nieuwe flexibele of tijdelijke woonlocaties. Daar worden nu volgens de quickscan ongeveer 2.500 plekken per jaar gerealiseerd.
Wat betekent dit voor grond en ruimtelijke ordening?
Een opschaling vraagt tijdig aangewezen locaties, gemeentelijke medewerking en vergunningen. Het EIB schat het traject van planvorming tot realisatie op ongeveer zes jaar. Daarmee is dit niet alleen een woonvraagstuk, maar ook een landelijke ruimtelijke opgave rond locaties, bereikbaarheid en draagvlak.